
Trainen met de Franse slag
In de training van mijn paarden gebruik ik een aantal principes uit Franse stromingen die niet zo gangbaar zijn in Nederland, laat staan in de IJslandertraining. In Nederland is Nelly Abbenes de belangrijkste vertegenwoordiger van de Frans-klassieke dressuur.
Verzameling, lichtheid, oprichting en takt
De trainingsmethode vanuit de Frans-klassieke dressuur sluiten enerzijds perfect aan bij ons ideaalbeeld van IJslanders – verzameling, lichtheid, oprichting en takt, maar gaat anderzijds volkomen in tegen de gangbare trainingsmethoden. Je begint namelijk langzaam, terwijl we met IJslanders juist altijd hard gaan. Je paard moet eerst en vooral voorwaarts denken, zo is mij altijd geleerd. Dat voorwaarts denken niet per se gelijk staat aan een hoge snelheid, was een waardevol inzicht dat de training een stuk gemakkelijker heeft gemaakt – voor mij én mijn paarden!
Eerst verzamelen maakt het makkelijker
De Frans klassieke rijkunst verschilt op een belangrijk punt van de gangbare dressuur. Voor de oude Franse meester Baucher was verzameling het startpunt van de training, en niet het resultaat van een lange trainingsweg. Eerst balans, en dan beweging. De training start dus letterlijk in stilstand, liefst aan de hand. De balans wordt bereikt door in stilstand oprichting te vragen en te laten nageven. En vervolgens datzelfde in een langzame, maar wel energieke stap. Daarbij is het belangrijker dat het paard zijn balans houdt en zich niet naar voren duwt, dan dat hij vaart maakt. Zo train je de houdingsspieren en de balans. Eerst korte stukjes want deze training is flink zwaar. Tussendoor laat je je paard in een lagere houding lopen zodat hij zijn spieren weer ontspant.
Bewust bewegen
In de verzamelde houding maakt het paard zijn ondersteuningsvlak korter: de achterbenen komen dichter bij de voorbenen. De rug bolt en in die houding kan het paard makkelijker recht gaan lopen en gymnastiserende oefeningen doen. Je maakt je paard bewuster van zijn lichaam en van zijn bewegingen. Een soort tai-chi voor paarden. Op de video Sanna, een IJslander met een coördinatieprobleem. Het fysieke probleem (ataxie) is succesvol behandeld, maar de training bleef lastig omdat ze na jaren slecht lichaamsgebruik totaal geen balans had. Nu breng ik haar met de 'tai chi'-beweging lichaamsbewustzijn bij. Het is goed te zien hoe geconcentreerd ze iedere stap zet. De voorhand wordt licht en vrij, de achterhand krijgt ruimte om meer onder te komen. Je ziet ook duidelijk de momenten dat ze haar balans even kwijt is: dan gaat ze sneller lopen en komt ze op de voorhand.
De hele langzame stukjes training wissel ik af met een hoger tempo in een wat langer frame, waarbij ze echter niet op de voorhand mag vallen. En in de langzame, schrijdende stap moet het paard zo alert zijn dat het ieder moment zou kunnen versnellen naar draf of tölt.
Vanuit de fysiotherapie en osteopathie zijn er inmiddels verklaringen waarom de Baucher-manier van trainen het inderdaad makkelijker maakt voor het paard. Lees bijvoorbeeld Racinet explains Baucher, waarin de Franse paardentrainer Racinet dit uitlegt.
Loslaten
Cruciaal is het loslaten. Ook dit is een verschil met de gangbare dressuur, waar ‘aanleuning’ belangrijk is en je het paard continue ondersteunt door te drijven. Maar wat is er mooier dan dat het paard zelf zijn oprichting behoudt en zelf loopt? Zelfhouding vinden wij IJslanderruiters immers erg belangrijk, en ooit was dit ook in de Nederlandse dressuurwereld het ideaal.
Baucher gebruikte het bit om de mondhoeken van het paard te 'kietelen' (waardoor hij gaat kauwen en de kaak loslaat) in plaats van druk te geven op de tong (waardoor hij tegendruk zal gaan geven). Je hand werkt dus omhóóg in plaats van terug. En door steeds de spanning van de teugel te halen, zal je paard zijn kaak gemakkelijker gaan loslaten. Bovendien kun je via de losse teugel signalen gaan geven die de takt van je paard beïnvloeden. Dat laatste kan zelfs bitloos, zoals hieronder te zien. Baucheristen rijden het paard naar de diagonale stap als voorbereiding op de piaffe. Dat een IJslander dat ook kan, laat Steynndis (een natuurtölter!) zien.

Maar voor IJslanderruiters is de beïnvloeding naar het laterale natuurlijk ook reuze interessant.
Je geeft dus alleen aan welke houding je wilt en laat steeds los. In het begin is dat misschien om de stap; uiteindelijk loopt je paard in een mooie houding volledig aan een los teugeltje.
Hand zonder been, been zonder hand
Het loslaten geldt niet alleen voor de teugel, maar ook voor je been. Baucher wil sowieso geen hulpen tegelijk: ‘hand zonder been en been zonder hand’ is misschien wel zijn beroemdste uitspraak. Hiermee houd je je paard scherp op de hulpen, en kun je steeds lichtere signalen gaan geven.
Energie!
En terwijl je paard gebalanceerd loopt, bouwt hij energie op. De verzamelde houding maakt je paard scherp en eager. Je hulpen komen steeds fijner door waardoor ze minimaal kunnen worden. Dat is logisch als je bedenkt dat het paard zijn ondersteuningsvlak kleiner maakt. Denk aan een omgekeerde driehoek: balancerend op de punt zullen invloeden van boven duidelijker doorkomen dan wanneer het ondersteuningsvlak breed is.
Energie zonder stress
Hoe goed dit werkt merk ik met twee IJslanders die niet zo voorwaarts waren – de hierboven genoemde Sanna door haar ataxie en de ander omdat hij het snel spannend vindt en zich dan afsluit, een typisch IJslander-probleem. En eerlijk gezegd twijfelde ik de eerste weken wel of dat langzame werk nou wel handig was voor die paarden. Inmiddels ben ik daar helemaal van terug: het resultaat is juist dat ze voorwaarts gaan denken. Naarmate ze sterker en zelfverzekerder worden, gaan ze dat denken ook omzetten in echte snelheid.
Maar, en dat vind ik het mooie van deze manier van training: de energie is beheersbaar. Je bouwt energie op zonder stress, kunt je paard laten gaan maar ook direct de spanning weer laten afvloeien.
Aandacht levert comfort op
Een andere Franse invloed in de rijkunst van Nelly Abbenes komt van Jean François Pignon. Hij legt een stevige vertrouwensbasis met zijn paarden door comfort te bieden als je paard zijn aandacht op je richt, en dat weg te nemen als hij afgeleid is. Het comfort bestaat uit diepe ontspanning van jouzelf, het discomfort uit onrust of een tikje met een zweepje. De kunst is om op het juiste moment echt diep te ontspannen en dat vol te houden tot het paard ook goed ontspant (geeuwt, kauwt, diep uitademt). Dit vergt wat oefening, maar heeft een mooi resultaat. Nelly Abbenes heeft deze aanpak met succes geïntroduceerd bij het werk aan de hand en het rijden.
Terug naar Icelandics-going-classic!